ECLI:NL:RBNHO:2014:5553
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters in strafzaak afgewezen wegens gebrek aan objectieve vooringenomenheid
Verzoeker, een gedetineerde, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters die betrokken zijn bij zijn strafzaak, omdat hij meende dat zijn ondervragingsrecht ten aanzien van deskundigen onterecht werd beperkt. Hij stelde dat hierdoor een gerechtvaardigde twijfel aan de onpartijdigheid van de rechters was ontstaan.
De rechters en officieren van justitie stelden dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend en dat het verzoek feitelijk een middel was tegen onwelgevallige beslissingen, wat niet als grond voor wraking kan dienen. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend nadat de concrete beslissing over de te stellen vragen aan deskundigen was genomen.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die objectief gerechtvaardigde twijfel aan de onpartijdigheid doen ontstaan. De genomen beslissingen, ook als deze onjuist zouden zijn, vormen geen reden voor wraking. De kamer vond geen feiten of omstandigheden die een schijn van partijdigheid rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.