Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde/eiser1],
[gedaagde/eiser2],
1.[gedaagde3],
[gedaagde4],
1.De procedure in de zaak 13-127
- het tussenvonnis van 22 mei 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 7 februari 2014 en de daaraan gehechte brief van mr. F.M. Meis van 14 februari 2014.
2.De procedure in de zaak 13-136
- het tussenvonnis van 26 juni 2013
- het proces-verbaal van comparitie van 7 februari 2014 en de daaraan gehechte brief van mr. F.M. Meis van 14 februari 2014.
3.De feiten
4.De vorderingen
5.Het verweer
6.De beoordeling
heeft tegenover de laatstgenoemde een schuldenaar zich aangediend als iemand wie de schuld niet aangaat, die zich aansprakelijk stelt voor de schuld van een ander, de hoofdschuldenaar en voor de interpretatie van die overeenkomst kan wel van belang zijn maar is niet beslissend of het woord ‘borg’ of ‘borgtocht’ is gebruikt -, dan zijn de bepalingen omtrent borgtocht van toepassing(TM, Parl. Gesch. Boek 7, p. 418).
- 4.000,00(2 punten x tarief ad € 2.000,00 per punt)
Voor zover [gedaagde c.s.] hebben willen betogen dat een redelijke uitleg van de overeenkomst met zich brengt dat [gedaagde/eiser1] Beheer de lening alleen aan Ron Kooi Beheer zou moeten terugbetalen als Ron Kooi Beheer zich voldoende van zijn taken uit de overeenkomst zou hebben gekweten, hebben zij dat betoog op geen enkele wijze onderbouwd.
- 2.842,00 (2 punten x tarief ad € 1.421,00 per punt)
Gespreksnotitie d.d. 1 februari 2011 ten aanzien van de afspraken [gedaagde/eiser1]-Kooi– waar Ron Kooi Beheer in dit kader naar heeft verwezen, getuigt niet van buitengerechtelijke werkzaamheden.