Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2. Beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging ten aanzien van feit 2
Onder die omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet worden gezegd dat het Openbaar Ministerie in redelijkheid niet tot de bestreden vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen.
3.Leeswijzer van het vonnis (Inleiding):
4.Bewijs
Aan de bestuurderszijde van de Peugeot ligt [slachtoffer 3] grotendeels op zijn rechterzijde en rechterarm, met zijn borstkas richting de straatklinkers gekeerd. De linkerarm van [slachtoffer 3] bevindt zich in gebogen toestand onder de borstkas, met de linkerhand ter hoogte van zijn hals. De rechterhand bevindt zich in de rechterjaszak.
Aan de passagierszijde van de Mercedes Vito ligt [slachtoffer 2] in buikligging op de straatklinkers. Het hoofd van [slachtoffer 2] rust op beide armen. [6] [slachtoffer 2] ligt met zijn hoofd in de richting van de Mercedes Vito. [7]
Gelet op de aangetroffen hulzen, kogelpunten en –delen zijn in totaal minimaal 11 afzonderlijke kogels aangetroffen, waarnaar onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) is verricht.
Uit dit onderzoek blijkt dat de bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer de hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen dan wanneer zij zijn verschoten met meerdere vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. Voorts blijkt uit dit onderzoek dat de bevindingen van het vergelijkend kogelonderzoek zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer de kogels en kogelmanteldelen zijn afgevuurd uit één en dezelfde loop dan wanneer zij zijn afgevuurd uit meerdere lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.
Daarnaast concludeert het NFI dat de vorm en de ligging van de systeemsporen in de hulzen sterke gelijkenis vertonen met die van een (semi-) automatisch werkend machinepistool, van het model Skorpion, kaliber 7,65mm Browning, en dat ook de afvuursporen in de ontvangen kogels en kogelmanteldelen passen bij dit vuurwapen. [8]
[slachtoffer 3]
[slachtoffer 2]
,ingaan op de manier waarop [slachtoffer 1] uiteindelijk wordt aangepakt. De rechtbank zal echter eerst de vraag beantwoorden wat er voorafgaand aan het aanpakken van [slachtoffer 1] hieromtrent is afgesproken.
Oplossing zoeken voor het ‘probleem [slachtoffer 1] van [medeverdachte 2]’,waarin overwogen is dat de strategie die [betrokkene 7] en [betrokkene 15] voorstonden om ‘het probleem [slachtoffer 1]’ op te lossen, namelijk praten, voor [verdachte] geenszins voldoende was.
nietheeft gehanteerd omdat hij met een pistool/revolver zou hebben geschoten. Ook die verklaring wordt niet ondersteund door ander bewijsmateriaal in het dossier. Zoals door de verdediging is aangevoerd – en door het Openbaar Ministerie bevestigd – is het wel verklaarbaar dat er op het Burgtpad geen kogels of kogeldelen, behorend bij een revolver zijn aangetroffen, omdat die – gelet op de wijze waarop [medeverdachte 3] zou hebben geschoten – op grote afstand terecht kunnen komen. Maar daarmee staat nog niet vast dat [medeverdachte 3] en niet [medeverdachte 1] de revolver heeft gehanteerd.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vordering benadeelde partijen
Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander jegens hem aansprakelijk is overlijdt, is die ander verplicht tot vergoeding van schade door het derven van levensonderhoud:
- aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner en de minderjarige kinderen van de overledene, tot ten minste het bedrag van het hun krachtens de wet verschuldigde levensonderhoud;
- aan andere bloed- of aanverwanten van de overledene, mits deze reeds ten tijde van het overlijden geheel of ten dele in hun levensonderhoud voorzag of daartoe krachtens rechterlijke uitspraak verplicht was;
- aan degenen die reeds vóór de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, met de overledene in gezinsverband samenwoonden en in wier levensonderhoud hij geheel of voor een groot deel voorzag, voor zover aannemelijk is dat een en ander zonder het overlijden zou zijn voortgezet en zij redelijkerwijze niet voldoende in hun levensonderhoud kunnen voorzien;
- aan degene die met de overledene in gezinsverband samenwoonde en in wiens levensonderhoud de overledene bijdroeg door het doen van de gemeenschappelijke huishouding, voor zover hij schade lijdt doordat na het overlijden op andere wijze in de gang van deze huishouding moet worden voorzien.
€ 2.120,- kosten vliegtickets voor een achttal familieleden in verband met de uitvaart in Marokko.
[moeder], de moeder van [slachtoffer 1], en een zevental broers en zussen van [slachtoffer 1], terwijl de partner van [slachtoffer 1] geen kosten voor repatriëring heeft gevorderd. Hoewel de factuur een onjuiste reisdatum vermeldt, is duidelijk geworden dat er door de familie kosten voor tickets zijn gemaakt om het lichaam van [slachtoffer 1] te repatriëren en zijn begrafenis in Marokko bij te wonen. Ter terechtzitting heeft [betrokkene 2] een gemotiveerde onderbouwing voor deze kosten gegeven en ook overigens komen deze kosten per ticket de rechtbank niet onredelijk voor, mede gelet op de overgelegde factuur. Gelet op de jurisprudentie in deze acht de rechtbank het redelijk dat in het kader van repatriëring van het lichaam van [slachtoffer 1] in ieder geval de kosten voor twee personen, dus twee keer € 265,-, voor vergoeding in aanmerking komen, te weten voor de moeder van [slachtoffer 1] en broer [betrokkene 2]. De vordering zal derhalve op dit onderdeel tot een bedrag van € 530,- worden toegewezen.
€ 5.030,-.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
TIEN (10) JAREN.
[betrokkene 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.030,-en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [betrokkene 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
60 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.