ECLI:NL:HR:2009:BI8583
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beperking aansprakelijkheid WAM-verzekeraar voor immateriële schade nabestaanden opzettelijk veroorzaakt verkeersongeval
In deze zaak vorderen nabestaanden van drie omgekomen jongeren schadevergoeding van Winterthur als WAM-verzekeraar van de bestuurder die opzettelijk een dodelijk verkeersongeval veroorzaakte. De slachtoffers kwamen om bij een achtervolging die leidde tot een dodelijk ongeval. De verzekeraar erkende materiële schade maar betwistte aansprakelijkheid voor immateriële schade van nabestaanden.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, waarbij het hof bevestigde dat het wettelijke stelsel van het Burgerlijk Wetboek (art. 6:108 BW Pro) een blokkade vormt voor vergoeding van immateriële schade door nabestaanden, behalve in de limitatieve gevallen genoemd in art. 6:106 lid 1 aanhef Pro en onder a en b BW. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en benadrukt dat ook bij opzettelijke normschending het vereiste van directe confrontatie met het ongeval strikt moet worden gehanteerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het opzetdelict jegens de overledenen niet automatisch leidt tot een onrechtmatige daad jegens de nabestaanden zonder dat aan de voorwaarden van art. 6:106 lid 1 onder Pro b BW is voldaan. Het beroep op persoonlijke rechten en het EVRM leidt niet tot een verruiming van de schadevergoedingsplicht. De vorderingen worden daarom verworpen en de kosten worden aan de eisers opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vorderingen van de nabestaanden af en bevestigt dat Winterthur niet aansprakelijk is voor immateriële schade zonder directe confrontatie met het ongeval.