ECLI:NL:RBNHO:2014:8434
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- R.E.A. Toeter
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding proceskosten in bezwaarschriftprocedure Wet DNA-veroordeelden afgewezen
Verzoeker diende een verzoekschrift in tot vergoeding van kosten van een raadsman in verband met een bezwaarschriftprocedure ex artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De rechtbank moest beoordelen of verzoeker ontvankelijk was in dit verzoek en of er gronden van billijkheid waren voor vergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de strafzaak waarin het DNA-materiaal werd afgenomen, was geëindigd met een veroordeling. Hierdoor kon artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, dat vergoeding regelt bij zaken zonder strafoplegging, niet van toepassing zijn. Bovendien is de bezwaarschriftprocedure ex artikel 7 Wet Pro DNA niet opgenomen in de limitatieve opsomming van procedures waarvoor artikel 591 en Pro 591a Sv van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.
De rechtbank concludeerde dat de wetgever geen regeling voor vergoeding van kosten in deze bezwaarschriftprocedure heeft willen treffen. De eerdere jurisprudentie van het Hof Leeuwarden werd hierbij gevolgd, en de afwijkende uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland werd niet gevolgd.
Daarom verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vergoeding van proceskosten. De beschikking werd uitgesproken door rechter R.E.A. Toeter op 17 april 2014.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van proceskosten wegens ontbreken van wettelijke grondslag.