ECLI:NL:RBNHO:2014:8573
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- A. van Dongen
- M.C.A. Onderwater
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid douaneschuldenaar bij wegvoer met vervalste toestemmingen
Eiseres, houder van een vergunning voor een vrije zone controle type II, werd door de douane aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen douanerechten nadat een derde niet-communautaire goederen met vervalste toestemmingen uit haar opslag had afgehaald.
De rechtbank oordeelt dat eiseres terecht als douaneschuldenaar is aangemerkt op grond van artikel 203, derde lid, vierde gedachtestreepje, van het Communautair Douanewetboek. Eiseres stelde dat zij de geldigheid van de toestemmingen niet kon controleren en dat het evenredigheidsbeginsel haar aansprakelijkheid uitsluit, maar dit werd verworpen vanwege de directe werking van het Unierecht.
Ook het verzoek tot kwijtschelding op grond van artikel 239 CDW Pro werd afgewezen omdat dit niet tijdig was ingediend bij het douanekantoor. Subsidiair betoogde eiseres dat de douane te laat had geïnformeerd over de fraude, maar de rechtbank oordeelde dat het Handvest van de Grondrechten geen verplichting oplegt voor een eerdere melding.
Ten slotte werd gewezen op het lichtvaardige handelen van eiseres bij het accepteren van de vervalste toestemmingen, wat tot de aansprakelijkheid heeft geleid. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de naheffingsaanslag douanerechten wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkheid als douaneschuldenaar bevestigd.