ECLI:NL:RBNHO:2014:9157
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Cichowski-van der Kleijn
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens grove overschrijding redelijke termijn in jeugdstrafzaak mishandeling
In deze zaak werd verdachte verdacht van openlijke geweldpleging en mishandeling gepleegd op 12 maart 2011. De behandeling van de zaak kende een zeer lange periode van ruim 38 maanden, terwijl de redelijke termijn voor jeugdigen 16 maanden bedraagt. De verdediging voerde aan dat hierdoor het recht van verdachte op een eerlijke behandeling ernstig was geschonden.
De rechtbank stelde vast dat verdachte op 4 april 2011 als verdachte werd gehoord en dat vanaf dat moment de redelijke termijn begon te lopen. Na diverse ontwikkelingen, waaronder het intrekken van verklaringen van een andere verdachte en het seponeren van diens zaak, bleef het dossier lange tijd stil liggen. Verdachte werd pas op 5 juli 2013 gedagvaard, maar de zaak werd zonder opgave van reden op de zitting van augustus 2013 ingetrokken. Pas op 27 juni 2014 werd de zaak weer op zitting gebracht.
De rechtbank oordeelde dat deze forse overschrijding van de redelijke termijn, gecombineerd met het ontbreken van adequaat onderzoek en het niet reageren op verzoeken van de verdediging, leidde tot een grove veronachtzaming van de belangen van verdachte. Hierdoor kon verdachte zich niet adequaat verdedigen, wat het recht op een eerlijk proces schond.
De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk in de vervolging. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding vanwege het niet-ontvankelijk zijn van het OM.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens grove overschrijding van de redelijke termijn en schending van het recht op een eerlijk proces.