Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Geldigheid van de dagvaarding
- het voor verdachte onvoldoende duidelijk is aan welk gronddelict hij ingevolge de tenlastelegging medeplichtig zou zijn. Het Openbaar Ministerie had de gronddelicten in de tenlastelegging moeten concretiseren, hetgeen is nagelaten;
- het in het kader van medeplichtigheid door de wet gemaakte onderscheid tussen het ‘behulpzaam zijn bij’ en het ‘verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot’ het plegen van het misdrijf, in de tenlastelegging niet is gemaakt.