ECLI:NL:RBNHO:2015:10688

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 december 2015
Publicatiedatum
7 december 2015
Zaaknummer
232470
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening 1346/2000Art. 6 lid 3 FaillissementswetArt. 214 Faillissementswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring van J.H. Beheer B.V. wegens betalingsonmacht

Op 22 september 2015 diende Reliplan België N.V. een verzoek tot faillietverklaring in tegen J.H. Beheer B.V. (JHB), gebaseerd op een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 22 juli 2015 met een vordering van €283.562,77. Daarnaast stelde Reliplan dat JHB meerdere andere schulden onbetaald liet, wat duidt op het opgehouden zijn met betalen.

JHB betwistte de vordering en vroeg subsidiair om surseance van betaling. De rechtbank oordeelde dat het faillissement uitgesproken kan worden indien summierlijk blijkt dat de schuldenaar opgehouden is te betalen en dat er een vordering bestaat. De vordering van Reliplan werd summierlijk bewezen door het vonnis, en JHB leverde geen overtuigend bewijs om dit te betwisten.

Hoewel JHB stelde niet te betalen vanwege onenigheid met het vonnis en een restitutierisico bij afwijzing in hoger beroep, werd dit verweer onvoldoende onderbouwd. Er was geen overleg met Reliplan aangetoond en geen bewijs van voldoende middelen om te betalen. De rechtbank concludeerde dat JHB in staat van faillissement verkeert en wees het verzoek tot surseance af wegens niet voldoen aan de wettelijke eisen.

De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en curator en gaf de curator bevoegdheden om de faillissementsprocedure te starten. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld via een advocaat.

Uitkomst: J.H. Beheer B.V. wordt failliet verklaard wegens opgehouden te zijn met betalen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLANDvonnis faillietverklaring
Afdeling Privaatrecht
Sectie Handel & Insolventie
Rekestnummer: C/15/232470 / FT RK 15/2200
Insolventienummer : C/15/15/554 F
Uitspraakdatum: 3 december 2015
Op 22 september 2015 is binnen gekomen het verzoekschrift van:
RELIPLAN BELGIË N.V.
advocaat mr. P.B.J. van den Oord te Alphen aan den Rijn
strekkende tot faillietverklaring van:
J.H. BEHEER B.V.,
[h.o.d.n.]
advocaat mr. G.P. Poiesz te Velsen-Noord.
Partijen zullen hierna “Reliplan” en “JHB” worden genoemd.

1.De procedure

1.1
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 13 oktober 2015, 10 november 2015 en 1 december 2015. De rechtbank verwijst naar de processen-verbaal, die als hier ingevoegd dienen te worden beschouwd.

2.De beoordeling

2.1
Gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, is de rechtbank bevoegd deze hoofdprocedure te openen, aangezien het centrum van de voornaamste belangen van JH in Nederland ligt.
2.2
Reliplan heeft aan het faillissementsverzoek ten grondslag gelegd dat zij uit hoofde van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 22 juli 2015 een vordering op JH heeft ten bedrag van € 283.562,77. Behalve deze schuld laat JHB diverse andere schulden onbetaald, zoals blijkt uit de pleitnota van mr. P.B.J. van den Oord. Gelet hierop verkeert JHB in een toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, aldus Reliplan.
2.3
JHB heeft de vordering en de steunvorderingen, voor zover deze zouden voortvloeien uit het voormelde vonnis, gemotiveerd betwist en primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Subsidiair heeft zij verzocht de surseance van betaling uit te spreken.
2.4
Op grond van art. 6 lid 3 Faillissementswet Pro (Fw) wordt het faillissement uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Doet een schuldeiser het verzoek, dan moet ook blijken dat deze een vordering op de schuldenaar heeft. Pluraliteit van schuldeisers is daarbij een noodzakelijke (overigens niet
voldoende) voorwaarde voor de vaststelling of een schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
2.5
Het vorderingsrecht van Reliplan blijkt (summierlijk) uit het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis waarop Reliplan zich beroept. JHB heeft ook geen feiten en omstandigheden aangevoerd die het bestaan van deze vordering in twijfel trekken. Haar betoog ter zitting was gericht tegen door Reliplan opgevoerde steunvorderingen. Het enkele feit dat JHB hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van deze rechtbank van 22 juli 2015 is onvoldoende om het vorderingsrecht van Reliplan te weerspreken.
2.6
Wat ook zij van de steunvorderingen die Reliplan meent te kunnen ontlenen aan het vonnis van 22 juli 2015, JHB heeft niet weersproken dat [A.] in privé een vordering op haar heeft. Pluraliteit van schuldeisers is daarmee gegeven. Het enkele feit dat JHB de rente op deze vordering stipt aan [A.] voldoet, zoals JHB ter zitting heeft aangevoerd, maakt immers niet dat deze niet als steunvordering kan dienen.
2.7
JHB heeft evenwel betwist dat zij verkeert in de toestand dat zij is opgehouden te betalen. Zij heeft daarvoor aangevoerd dat de enige reden dat zij Reliplan niet betaalt, is gelegen in het feit dat zij het niet eens is met het vonnis van 22 juli 2005. Dit verweer wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen. Van JHB had in dit verband ten minste mogen worden verwacht dat zij met stukken onderbouwd zou aantonen dat zij gegoed is voor de vordering van Reliplan. Uit de overgelegde verklaring van de administrateur blijkt dit niet. Voor zover JHB heeft willen betogen dat zij niet wenst te betalen in verband met het restitutierisico in het geval de vordering van Reliplan in hoger beroep alsnog wordt afgewezen, had ten minste moeten zijn gebleken dat zij daarover het overleg met Reliplan heeft gezocht. Nu JHB dit alles heeft nagelaten moet het ervoor worden gehouden dat zij niet in staat is de vordering te betalen. De niet weersproken stelling van Reliplan dat de executie van het vonnis tot op heden geen doel heeft getroffen sterkt de rechtbank in haar conclusie.
2.8
Uit het voorgaande volgt dat summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat JHB in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
2.9
JHB is niet ontvankelijk in haar subsidiaire verzoek tot surseance van betaling nu dit verzoek niet voldoet aan de daaraan in artikel 214 Fw Pro gestelde eisen. JHB zal daarom in staat van faillissement worden verklaard.

3.Beslissing

De rechtbank
- verklaart
J.H. Beheer B.V.niet ontvankelijk in haar mondelinge verzoek tot surseance van betaling;
- verklaart
J.H. Beheer B.V.voornoemd, in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. M.M. Kruithof;
- stelt aan tot curator mr. R. Mulder, advocaat te Haarlem;
- geeft aan de curator last tot het openen van de aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2015 te 12.00 uur, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.