ECLI:NL:RBNHO:2015:1087
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit huurtoeslag 2011 wegens ondeugdelijke motivering met instandhouding rechtsgevolgen
Eiseres maakte bezwaar tegen de nihilstelling en terugvordering van haar huurtoeslag over 2011. De Belastingdienst/Toeslagen verklaarde haar bezwaar gegrond, maar stelde later de huurtoeslag definitief op nul en vorderde het voorschot van €504,- terug. Eiseres stelde beroep in tegen de brief van 30 juli 2014 waarin de terugvordering werd bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 30 juli 2014 een besluit op bezwaar vormde en daarom ontvankelijk was. De eerdere besluiten van 18 maart en 14 april 2014 waren onvoldoende gemotiveerd en vormden geen volledige afdoening. De motivering van het bestreden besluit was ondeugdelijk omdat niet duidelijk werd gemaakt waarom de huurtoeslag op nul werd gesteld en de terugvordering gehandhaafd bleef.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat eiseres bij de definitieve berekening een hoger toetsingsinkomen had dan bij het voorschot was opgegeven, waardoor de basishuur hoger was dan de rekenhuur, wat volgens de wet tot nihiltoeslag leidt. De terugvordering van het voorschot was daarom terecht. Vertrouwen op eerdere berichten gaf geen recht op kwijtschelding. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.