ECLI:NL:RBNHO:2015:10898
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.M. Ludwig
- M. Kraefft
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor onvergunde opslag compostafval buiten terrein
Verweerder legde Meerlanden Holding N.V. een last onder dwangsom op wegens het opslaan van voorgecomposteerd GFT-afval afkomstig uit tunnel V buiten het terrein, wat volgens verweerder een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder e, onder 2° en 3° van de Wabo betreft. Meerlanden Holding betwistte dit en stelde dat het ging om een administratieve wijziging zonder milieuschade en dat het materiaal voldoet aan composteisen.
De rechtbank stelde vast dat het buiten opslaan van het GFT-afval niet was toegestaan binnen de verleende vergunningen en dat deze activiteit een verandering van de inrichting en haar werking inhoudt waarvoor geen omgevingsvergunning was verleend. Het feit dat het materiaal later binnen werd opgeslagen, maakte het opleggen van de last niet onredelijk.
Verder oordeelde de rechtbank dat handhaving gerechtvaardigd was, omdat geen concreet zicht op legalisatie bestond en het handhavend optreden niet onevenredig was. De hoogte van de dwangsom werd als proportioneel beoordeeld, mede omdat het niet naleven van de last goedkoper zou zijn dan het afvoeren van het afval.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het invorderingsbesluit van de verbeurde dwangsommen werd niet betwist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens onvergunde opslag van compostafval buiten het terrein is ongegrond verklaard.