Eiser, werkzaam bij de politie, kreeg zijn aanspraak op bezoldiging per 7 juli 2014 vervallen verklaard omdat hij niet verscheen bij de bedrijfsarts, ondanks meerdere oproepen. Na bezwaar en beroep handhaafde verweerder dit besluit. De rechtbank oordeelt dat eiser verplicht was mee te werken aan re-integratie en dat het niet verschijnen bij de bedrijfsarts een gegronde reden is voor het vervallen van de bezoldiging.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen deugdelijke grond heeft aangevoerd voor zijn weigering, ondanks zijn psychische klachten en arbeidsconflict. Het feit dat eiser later alsnog bij de bedrijfsarts verscheen, bevestigt dat het niet verschijnen niet onredelijk was. De rechtbank vindt het middel van vervallenverklaring passend en niet onevenredig.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig is. De rechtbank benadrukt dat de procedure zich uitsluitend richt op het besluit tot vervallenverklaring van de bezoldiging en niet op bredere arbeidsconflicten of ontslagkwesties.