ECLI:NL:RBNHO:2015:11349
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen toekenning LFNP-functie zonder werkterrein AIVD
De zaak betreft een beroep van een politieambtenaar tegen het besluit van de korpschef om hem toe te wijzen aan de LFNP-functie Senior Informantenrunner zonder het werkterrein AIVD toe te kennen. De LFNP is een landelijk functiegebouw voor de politie, vastgelegd in een Regeling door de Minister van Veiligheid en Justitie. De procedure omvatte een primaire vaststelling van de uitgangspositie, een matching met LFNP-functies en uiteindelijk de toekenning van de functie.
Eiser betwistte niet de matching zelf, maar stelde dat het werkterrein AIVD, dat verband houdt met bijzondere taken op grond van de Wet Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2002, aan zijn functie moest worden toegevoegd. De rechtbank overwoog dat het niet opnemen van dit werkterrein in de Regeling geen ernstige feilen oplevert die het voorschrift ongeschikt maken als grondslag voor besluiten.
De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwde dat de Regeling in strijd is met hogere regelgeving. Tevens werd vastgesteld dat de Programmadirecteur HRM bevoegd was om namens de korpschef op het bezwaar te beslissen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de LFNP-functie zonder werkterrein AIVD wordt ongegrond verklaard.