ECLI:NL:RBNHO:2015:11352
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen toekenning LFNP-functie Generalist GGP aan politieambtenaar
De politieambtenaar (eiser) maakte bezwaar tegen het besluit van de korpschef (verweerder) waarin hem de LFNP-functie Generalist GGP werd toegekend, met ingang van 1 januari 2012. De rechtbank beoordeelde het bezwaar tegen het bestreden besluit van 28 juli 2014, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank stelde vast dat de programmadirecteur HRM bevoegd was om namens verweerder te beslissen. Hoewel het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd was omdat de transponeringstabel niet als algemeen verbindend voorschrift kon worden aangemerkt, passeerde de rechtbank dit motiveringsgebrek op grond van artikel 6:22 Awb Pro omdat eiser hierdoor niet in zijn belangen werd geschaad.
Eiser voerde aan dat de matching onjuist was omdat zijn functie als gezagvoerder van een zeegaand politievaartuig niet was meegenomen, en hij daarom niet in de juiste LFNP-functie was ingedeeld. De rechtbank oordeelde dat de matching op basis van de formele functiebeschrijving plaatsvindt en dat eiser had moeten aanvoeren dat de uitgangspositie onjuist was vastgesteld. Nu hij dat niet had gedaan, stond het besluit uitgangspositie vast. De rechtbank vond geen ernstige fouten in de Regeling die het besluit onhoudbaar maken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de politieambtenaar tegen de toekenning van de LFNP-functie Generalist GGP wordt ongegrond verklaard.