Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2015 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
31 december 2011.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een politieambtenaar die bezwaar maakte tegen zijn toekenning aan de LFNP-functie Operationeel Expert Intelligence (schaal 9) per 1 januari 2012. Hij stelde dat de transponeringstabel, gebruikt voor de matching, geen algemeen verbindend voorschrift is en dat de toegewezen functie niet overeenkomt met zijn feitelijke werkzaamheden en verantwoordelijkheden. Tevens voerde hij aan dat de matching onzorgvuldig was en dat de hardheidsclausule toegepast moest worden vanwege nadelige gevolgen.
De rechtbank oordeelde dat het motiveringsgebrek in het besluit niet tot schending van belangen leidde en dat de transponeringstabel, hoewel geen algemeen verbindend voorschrift, zwaarwegende betekenis heeft. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de matching onjuist of onhoudbaar was, mede gelet op de formele functiebeschrijving en de beleidsregels. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens onvoldoende concrete vergelijkbaarheid.
Ten aanzien van de hardheidsclausule stelde de rechtbank dat deze restrictief wordt toegepast en niet bedoeld is om uitgangsposities te corrigeren of extra werkzaamheden te honoreren. De nadelige gevolgen die eiser aanvoerde rechtvaardigden geen toepassing van de clausule. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de LFNP-functie Operationeel Expert Intelligence wordt ongegrond verklaard.