Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van Cargill.
1.De feiten
1.Het geschil
1.De beoordeling
816,00
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres werkt sinds 2006 via GCA als cateringmedewerkster bij Cargill te Wormer. Na een loonconflict tussen eiseres en GCA, waarbij achterstallig loon niet werd betaald, heeft Cargill eiseres de toegang tot haar bedrijfsterrein ontzegd. Hierdoor kon eiseres haar werkzaamheden niet voortzetten en ontving zij geen loon meer. Eiseres vordert in kort geding dat Cargill haar weer toegang verleent tot de werkplek zodat zij haar werk kan hervatten, en tevens een voorschot op schadevergoeding wegens gemiste inkomsten.
Cargill stelt dat zij geen arbeidsrelatie heeft met eiseres en dat zij geen verplichting heeft haar toe te laten. Ook voert zij aan dat de sfeer op de werkvloer door het geschil negatief werd beïnvloed en dat de vordering niet uitvoerbaar is omdat Cargill afhankelijk is van GCA voor het inzetten van personeel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Cargill als eigenaar van het terrein bevoegd is toegang te weigeren, maar dat dit onrechtmatig is indien er een rechtens te respecteren belang is. Gezien de langdurige arbeidsrelatie en het feit dat eiseres haar werk steeds naar tevredenheid heeft verricht, is de weigering onrechtmatig. De vordering tot toelating wordt toegewezen met de voorwaarde dat eiseres een schriftelijke opdracht van GCA overlegt. De vordering tot voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid dat Cargill aansprakelijk is. Cargill wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Cargill wordt veroordeeld eiseres toe te laten tot haar werkplek onder overlegging van een tewerkstellingsopdracht van GCA; voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen.