Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten, te 's-Gravenhage.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres verzocht om een vierde toetskans voor de onderdelen Bestuursprocesrecht en Gedragsrecht binnen de beroepsopleiding advocatuur, nadat zij haar drie toetskansen had benut. De Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten wees dit verzoek af op grond van artikel 14 van Pro de Stageverordening 2005, dat maximaal drie toetskansen toestaat.
Eiseres voerde aan dat artikel 14 van Pro de Verordening in strijd was met artikel 9c van de Advocatenwet en met beginselen van behoorlijk bestuur uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tevens stelde zij dat bijzondere persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat artikel 14 binnen Pro het wettelijke kader van de Advocatenwet valt en dat het geen ruimte laat voor een belangenafweging of toepassing van de hardheidsclausule bij het aantal toetskansen.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres, stellende dat zij bekend had moeten zijn met de beleidsregels en dat het niet benutten van eerdere toetskansen voor haar eigen risico kwam. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om een vierde toetskans wordt ongegrond verklaard.