Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
HBB planontwikkeling B.V., te Heemstede (gemachtigde: mr. E.M. van Bommel).
1.Ontvankelijke en relativiteit
2.2. Procedurele feiten en omstandigheden
3.Bespreking beroepsgronden
Bij deze berekening is, op basis van de gemiddelde huishoudgrootte in de gemeente, uitgegaan van een huishouding van twee personen per woning met een autobezit van 0,38 auto per persoon, derhalve 0,76 parkeerplaatsen per woning. Hierbij is opgeteld 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers. Dat betekent dat 1,06 (0,76 + 0,3) parkeerplaatsen per woning nodig zijn. Dit is een correctie van 12% ten opzichte van de norm 1,3 parkeerplaats per woning, die in dit geval een reductie van afgerond 16 parkeerplaatsen (= 12% van 127) van de nodige 49 parkeerplaatsen meebrengt.
De inzet van de 3 deelauto’s zal tot een reductie van 9 auto’s leiden, omdat elke deelauto 3 eigen auto’s vervangt. Dit alles bij elkaar brengt mee dat voor het gewijzigde bouwplan 27 (49 - 16 - 9 + 3) extra parkeerplaatsen nodig zijn.
3. het benaderen van de parkeervraag vanuit het autobezit per persoon.
Om dubbeltelling van de verschillende effecten te voorkomen, heeft GC ervoor gekozen om uit te gaan van één van de opgesomde aanpakken, te weten de verlaging van de parkeernorm op basis van het autobezit onder starters (ad 1). Bij een berekening van de parkeervraag op basis van de andere twee methodieken is de uitkomst als volgt.
“De vergunninghouder stelt minimaal drie deelauto’s beschikbaar. Jaarlijks rapporteert de vergunninghouder aan de gemeente Haarlem over de behoefte van het aantal deelauto’s en de hoeveelheid beschikbaar gestelde deelauto’s. Afhankelijk van de stand van zaken zal het minimum aantal beschikbaar gestelde deelauto’s zo nodig worden aangepast. De gemeente zal erop toezien dat zowel de verplichting tot het beschikbaar stellen van het vereiste minimum aantal deelauto’s als de rapportageverplichting zullen worden nagekomen”.