ECLI:NL:RBNHO:2015:3036
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Bellaart
- E.J. van Keken
- J. Italianer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor bereiden en verhandelen synthetische cannabinoïden zonder vergunning
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het zonder vergunning bereiden, opslaan, invoeren en verhandelen van synthetische cannabinoïden in de periode van januari tot november 2011.
De officier van justitie en de verdediging stelden beiden voor verdachte vrij te spreken. De rechtbank oordeelde dat het strafdossier geen wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.
De rechtbank baseerde haar oordeel mede op een arrest van het Europese Hof van Justitie van 10 juli 2014, waarin werd geoordeeld dat synthetische cannabinoïden niet onder het begrip geneesmiddel vallen zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet. Deze middelen worden uitsluitend gebruikt om een roes op te wekken en zijn schadelijk voor de gezondheid, waardoor zij niet als geneesmiddel kunnen worden aangemerkt.
Op grond hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. Daarnaast werden de in beslag genomen goederen aan verdachte teruggegeven, met uitzondering van een geldbedrag dat niet onder verdachte in beslag was genomen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige economische strafkamer op 10 april 2015.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het zonder vergunning bereiden en verhandelen van synthetische cannabinoïden wegens ontbreken van wettig bewijs.