ECLI:NL:RBNHO:2015:3421
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging niet-wijzigingsbeding en aanpassing partner- en kinderbijdrage
De man verzocht de rechtbank om het echtscheidingsconvenant te wijzigen door het schrappen van het niet-wijzigingsbeding en om verlaging van de partner- en kinderbijdrage. Hij stelde dat zijn inkomen sterk was gedaald en dat de huidige bijdragen niet langer redelijk waren. De vrouw verzocht afwijzing van deze verzoeken en handhaving van het convenant, met name het niet-wijzigingsbeding, vanwege haar afhankelijkheid van de partnerbijdrage.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot schrapping van het niet-wijzigingsbeding terecht middels verzoekschrift was ingediend, maar dat het beroep op dwaling faalde. Het beding was professioneel tot stand gekomen en niet onredelijk bezwarend. De man had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zich nu pas realiseerde wat hij had afgesproken.
Verder stelde de rechtbank vast dat partijen rekening hadden gehouden met een forse inkomensdaling en dat wijziging van de partnerbijdrage pas mogelijk is bij een bedrijfswinst onder € 50.000 gedurende twee opeenvolgende jaren. Dit was niet het geval, zodat de partnerbijdrage ongewijzigd bleef.
Ten aanzien van de kinderbijdrage werd vastgesteld dat door fiscale wijzigingen de behoefte van het kind was gedaald en dat de man voldoende draagkracht had om een bijdrage van € 340 per maand te betalen. De rechtbank wijzigde daarom de kinderbijdrage per 1 januari 2015 naar dit bedrag. Over de periode 1 september tot 15 november 2013 werd een terugbetaling van € 500 overeengekomen vanwege vaker verblijf bij de man.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw om proceskostenveroordeling af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot schrapping niet-wijzigingsbeding en verlaging partnerbijdrage afgewezen; kinderbijdrage per 1 januari 2015 vastgesteld op € 340 per maand.