ECLI:NL:RBNHO:2015:3951
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens onvoldoende ontvangst aangetekende brief door minderjarige
Opposante had beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat geen beroepsgronden waren ingediend. Opposante stelde verzet in tegen deze uitspraak en voerde aan dat zij de aangetekende brief waarin om beroepsgronden werd gevraagd, nooit had ontvangen omdat zij aan het werk was en geen postbezorger had gezien.
Onderzoek toonde aan dat de brief op het juiste adres was afgeleverd en dat voor ontvangst was getekend. Ter zitting verklaarde de partner van opposante dat de handtekening van hun 13-jarige dochter was en dat zij de brief kwijt was geraakt. De rechtbank oordeelde dat doordat een minderjarige had getekend, onvoldoende was gewaarborgd dat opposante de brief daadwerkelijk had ontvangen.
Daarom werd geoordeeld dat het beroep ten onrechte zonder zitting en kennelijk buiten redelijke twijfel niet-ontvankelijk was verklaard. Het verzet werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak verviel en de zaak wordt alsnog inhoudelijk op zitting behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard omdat onvoldoende is gewaarborgd dat opposante de aangetekende brief heeft ontvangen.