Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een geregistreerd partnerschap dat is beëindigd. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren die bij de vrouw verblijft. De man heeft daarnaast een zoon uit een ander gezin met wie hij gezamenlijk gezag heeft. De vrouw verzoekt een zorgregeling en een kinderbijdrage vast te stellen, waarbij zij een hogere bijdrage wenst dan de man bereid is te betalen.
De rechtbank behandelt het verzoek en stelt vast dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd waarom van het Tremarapport moet worden afgeweken, dat normaliter leidend is voor de berekening van kinderbijdragen. De draagkracht van de man dient naar rato van de behoeften van beide kinderen te worden verdeeld, waarbij de zorgkorting van 35% wordt toegepast vanwege het verblijf van het kind bij de man ten minste drie dagen per week.
De rechtbank wijst het verzoek tot afwijking van het Tremarapport af, wijzigt de zorgregeling conform het verzoek van de vrouw en stelt de kinderbijdrage vast op €64 per maand met ingang van 1 mei 2015. Tevens wordt de betaalde bijdrage tot die datum vastgesteld op het werkelijk betaalde bedrag. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.