Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
de burgemeester van de gemeente Alkmaar, verweerder
de stichting [naam 1], te Alkmaar.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening door de eigenaar van een graf op de Algemene Begraafplaats te Alkmaar tegen de burgemeester van Alkmaar, die een evenementenvergunning had verleend voor een dansvoorstelling op de begraafplaats.
Verzoeker wilde voorkomen dat de dansvoorstelling, onderdeel van een theaterfestival, op de begraafplaats zou plaatsvinden, stellende dat een dergelijke voorstelling niet passend is op een begraafplaats. De burgemeester weigerde handhavend op te treden tegen de uitvoering van de voorstelling.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker belanghebbende is en bezwaar mocht maken, maar dat de vergunning rechtsgeldig was verleend en bekendgemaakt. De kernvraag was of de dansvoorstelling passend is op de begraafplaats. Na afweging concludeerde de rechter dat de voorstelling over dood en rouw het karakter en de sfeer van de begraafplaats respecteert.
Ook juridische bezwaren tegen de vergunning werden niet doorslaggevend geacht, mede omdat eventuele gebreken pas na uitvoering kunnen worden hersteld. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de dansvoorstelling op de begraafplaats is afgewezen.