ECLI:NL:RBNHO:2015:4865
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bijdrageheffing saneringssteun door Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van meerdere woningcorporaties tegen de bijdrageheffing die het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV) hen oplegde over 2013. Deze bijdrage diende ter aanvulling van het negatieve eigen vermogen van het fonds, veroorzaakt door saneringssteun aan diverse instellingen, waaronder een stichting die in financiële problemen was geraakt door derivatenhandel.
De woningcorporaties stelden dat de bijdrageheffing neerkwam op het subsidiëren van niet-toegelaten activiteiten en daarmee verboden staatssteun betrof. De rechtbank oordeelde echter dat de bijdrageheffing geen integrerend deel uitmaakt van het saneringsbesluit en dat er geen dwingend bestemmingsverband bestaat tussen de heffing en de saneringssteun. Hierdoor kon de rechtmatigheid van het saneringsbesluit niet in deze procedure worden beoordeeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat de bijdrageheffing niet in strijd is met het volkshuisvestelijk systeem en dat het fonds in redelijkheid de kosten van de saneringssteun bij alle toegelaten instellingen mocht heffen. De corporaties konden niet aannemelijk maken dat de heffing onredelijk bezwarend was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bijdrageheffing saneringssteun is ongegrond verklaard.