De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van omwonenden tegen de omgevingsvergunning die door het college van B&W van Haarlem was verleend aan een derde-partij voor het bouwen van een woon-/zorggebouw met 30 zorgwoningen en een ondergrondse parkeergarage op het perceel aan het Scharrelbosje.
De rechtbank oordeelde dat een deel van de eisers niet-ontvankelijk was omdat zij geen rechtstreeks belang hadden bij de vergunning, met name vanwege afstand en beperkt zicht op het project. De vergunning betrof meerdere activiteiten: bouwen, gebruiken in strijd met het bestemmingsplan, brandveilig gebruik en kappen van bomen. Het beroep was niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op brandveilig gebruik.
De rechtbank stelde vast dat het project slechts beperkt in strijd was met het bestemmingsplan, met een woonzorgfunctie die overeenkomt met de bestemming "Maatschappelijk". Ook werden de koekoeken en het talud als bijbehorende voorzieningen aangemerkt. De ruimtelijke onderbouwing was voldoende omdat de vergunning werd verleend op grond van een afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan.
De bezwaren tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van 59 bomen werden verworpen. De rechtbank vond dat het college de bomen als één geheel mocht beoordelen en dat de herplantplicht voldoende was ingevuld. Ook was er geen strijd met de Flora- en faunawet, aangezien passende maatregelen en gedragscodes werden toegepast. De bezwaren over het Bouwbesluit 2012 en het vertrouwensbeginsel faalden vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde partijen niet tot proceskosten.