Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 augustus 2015 in de zaak tussen
[X] h.o.d.n. [X1] , wonende te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
[X1]
“ [X1]
“ [X1]
“ [X1]
Geschil9. In geschil is de omvang van de door eiseres verleende diensten alsmede, als gevolg hiervan, de hoogte van de bij eiseres te belasten vergoeding. Eiseres stelt zich primair op het standpunt dat zij bemiddelt tussen de escortdame en de klant en dat zij uitsluitend omzetbelasting verschuldigd is over het aan haar toekomende bedrag voor de bemiddeling. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres een rechtsbetrekking aangaat met de klant en dat vanuit de modale consument bezien sprake is van één dienst, die eiseres aan de klant verleent. Eiseres is omzetbelasting verschuldigd over de totale met de klant voor de escortdienst afgesproken vergoeding.
22 maart 2002 tot en met 30 juni 2003. Voor de periode daarna kan de boete niet in stand blijven. Verweerder bestrijdt dit standpunt. Het is aan grove schuld van eiseres te wijten dat de belasting niet (volledig) op aangifte is voldaan. Eiseres heeft zich niet gehouden aan de handelwijze die past bij het standpunt dat verweerder heeft ingenomen over de verschuldigdheid van omzetbelasting.
11 september 2012 en 3 januari 2013 buiten beschouwing kan blijven. Eiseres vordert een bedrag van € 500 per halfjaar dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen derhalve neerkomt op een bedrag van in totaal (11 x € 500 =) € 5.500.