Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
ooktijdens de uitvoering van het besluit geweest, gezien de meerdere steekverwondingen. Verdachte heeft dus in ieder geval na het slaan met de buigveer de gelegenheid gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van haar voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. In zoverre is de ten laste gelegde voorbedachte raad dus bewezen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
behoefdete bieden. Indien verdachte als gevolg van huiselijk geweld en door angst tot het bewezen verklaarde feit is gekomen, dan levert dat naar het oordeel van de rechtbank nog geen schulduitsluitingsgrond in de vorm van psychische overmacht op voor het zeer ernstige delict dat zij heeft begaan.
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
acht [8] jaren.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 7.860,-, bestaande uit € 360,- voor de materiële en € 7.500,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
vierenzeventig [74] dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.