Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
21 april 2015;
28 juli 2015;
2.De beoordeling
€ 7.478 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag, en inkomsten uit verhuur van de woning aan [adres] van € 8.703 per jaar (na aftrek van kosten). Gelet hierop en rekening houdend met 8% vakantietoeslag, bedraagt zijn huidige minimale NBI € 5.312 per maand. De rechtbank heeft hierbij nog geen rekening gehouden met het deel van de opgepotte winsten waarvan redelijkerwijze verwacht mag worden dat de man deze uitkeert en derhalve zijn NBI daarmee kan verhogen.
Inkomen
De echtgenoten verplichten zich over elk kalenderjaar hun inkomen in de zin van artikel 6 na Pro aftrek van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding, maar met bijtelling van verschuldigde premies en koopsommen als bedoeld in artikel 8 voorzover Pro deze premies en koopsommen het inkomen verminderen, onderling te verrekenen in die zin, dat de ene echtgenoot een vordering verkrijgt op de andere echtgenoot ten bedrage van de helft van het aan diens zijde op grond van het vorenstaande te verrekenen bedrag aan inkomen.
De echtgenoten sluiten uitdrukkelijk de (analoge) toepassing van de bepalingen van het wettelijk deelgenootschap, opgenomen in de artikelen 1:129 en 1:132 tot en met 1:145 van het Burgerlijk Wetboek, bij uitvoering van het onderhavige verrekeningsbeding uit, aangezien die verrekening niet verder mag kunnen strekken dan verrekening van inkomen op de wijze als in lid 1 bepaald; met name is het niet de bedoeling, dat, behoudens de werking van een eventueel in deze akte overeengekomen zogenaamd finaal verrekeningsbeding, bijvoorbeeld waardevermeerdering van eigen vermogen in de verrekening wordt betrokken.
Ingeval het huwelijk wordt ontbonden door echtscheiding of tussen de echtgenoten scheiding van tafel en bed wordt uitgesproken, vindt er verrekening van hun vermogens plaats zo, dat ieder van de partijen gerechtigd is tot een waarde gelijk aan die, waartoe hij gerechtigd zou zijn indien tussen de echtgenoten een beperkte gemeenschap van goederen had bestaan omvattende: de woningen bij de echtgenoten of een van hen in gebruik, de voor de verkrijging daarvan aangegane financieringen en de daarbij medeverbonden polissen van levensverzekering, met dien verstande dat de comparant sub 1 genoemd [lees: de man] daarvan vooraf mag nemen een bedrag van NEGENTIG DUIZEND ZEVENHONDERD ZES EN VIJFTIG EURO EN VIER EUROCENT (€ 90.756,04), welk bedrag wordt geïndexeerd aan het consumentenprijsindexcijfer cpi-alle huishoudens, (onder dit prijsindexcijfer wordt verstaan het door het centraal bureau voor de statistiek te ’s-Gravenhage te publiceren consumentenprijsindexcijfer (cpi) genaamd cpi-alle huishoudens met als basisjaar negentienhonderd negentig is honderd (1990=100)), waarbij dat prijsindexcijfer over het jaar tweeduizend twee geacht wordt ten grondslag te liggen aan beide laatstvoormelde bedragen.
- is sprake van niet uitgekeerde winsten in [naam] respectievelijk [naam] in de periode van 21 februari 2002 tot 12 december 2014, zo ja tot welk bedrag zijn deze uitkeerbaar rekening houdend met de pensioenafstorting jegens de vrouw, onder voorwaarde van de continuïteit van [naam] respectievelijk [naam] en mede gelet op het vennootschapsrecht?
- heeft u nog verdere opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?
€ 475.359.
- hoe hoog is het aandeel van de vrouw in de in eigen beheer opgebouwde pensioenvoorziening?
- is het mogelijk om het aandeel van de vrouw in de in eigen beheer opgebouwde pensioenvoorziening af te storten in een [naam] , waarbij alle omstandigheden van het geval in ogenschouw moeten worden genomen?
- welk bedrag dient te worden afgestort in [naam] ?
- heeft u nog verdere opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?
3.De beslissing
20 april 2016 PRO FORMA;
uiterlijk 30 maart 2016de rechtbank dienen te berichten of zij tot overeenstemming zijn gekomen.
uiterlijk op 30 maart 2016te reageren op de hiervoor vermelde vragen die de rechtbank voornemens is te stellen aan de twee deskundigen en te overleggen:
- een overzicht van eventueel te verrekenen bedragen, gestaafd met bewijzen;
- een voorstel tot afwikkeling.
uiterlijk op 13 april 2016dient te reageren op de hiervoor vermelde vragen die de rechtbank voornemens is te stellen aan de twee deskundigen alsmede een schriftelijke reactie, onderbouwd met stukken, op het voorstel van de vrouw aan de rechtbank dient te overleggen, dan wel – indien de vrouw zich niet heeft uitgelaten, een eigen overzicht van te verrekenen bedragen en een voorstel tot afwikkeling aan de rechtbank dient te overleggen.