ECLI:NL:HR:2008:BB9781
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing finaal verrekenbeding bij afwikkeling huwelijkse voorwaarden
In deze zaak stond de vraag centraal of de opbrengst van een door de man ingebracht premiewoning, die was verkocht en waarvan de opbrengst was gebruikt voor de aankoop van een gezamenlijke woning, moest worden betrokken in de verrekening bij echtscheiding volgens het huwelijkse voorwaardenbeding.
De man was eigenaar van een premiewoning die hij volledig had gefinancierd vóór het huwelijk. Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding dat verrekening op basis van een pseudo-gemeenschap van goederen voorschreef, waarbij aanbrengsten buiten de verrekening bleven.
De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de verdeling vastgesteld, maar het hof vernietigde dit voor zover het de verdeling van de boedel en afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden betrof en stelde een nieuwe verrekening vast. Het hof oordeelde dat de eerste woning een aanbrengst van de man was en dat hij een vergoeding toekwam voor de netto-opbrengst die hij in de tweede woning had ingebracht, verminderd met de helft van de aflossingen tijdens het huwelijk.
De vrouw stelde dat zij recht had op een deel van de overwaarde van de eerste woning, maar het hof verwierp dit omdat geen bewijs was geleverd van een overeenkomst daartoe. De Hoge Raad bevestigde dat het hof de juiste juridische maatstaf had toegepast en dat het finale verrekenbeding bepaalt dat aanbrengsten buiten verrekening blijven. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de opbrengst van de eerste woning als aanbrengst buiten verrekening blijft.