Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
B
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 22 februari 2016 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een opvolgende voorwaardelijke machtiging voor betrokkene, die zich hiertegen verzette. Betrokkene gaf aan geen psychiatrische behandeling nodig te hebben en hield zich met hulp van haar mentor en bewindvoerder goed staande in de maatschappij. De psychiater benadrukte het belang van voortzetting van medicatie en behandeling, ondanks sporadisch contact van betrokkene met de zorg.
De raadsman stelde dat monitoring en behandeling ook op andere wijze gewaarborgd kunnen worden, mede gezien de goede relatie tussen betrokkene en haar mentor/bewindvoerder. Deze laatste verklaarde bereid te zijn toe te zien op het welzijn van betrokkene en contact te onderhouden met de huisarts bij verslechtering. Betrokkene stemde in met een warme overdracht van de zorg naar de huisarts.
Gezien deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat het risico van de stoornis op een andere wijze dan via een voorwaardelijke machtiging kan worden afgewend. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot een nieuwe voorwaardelijke machtiging wordt afgewezen vanwege verzet van betrokkene en alternatieve waarborgen.