Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Stichting De Faunabescherming , te Amstelveen , verzoeker
gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder.
Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland, te Haarlem.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van gedeputeerde staten van Noord-Holland om ontheffing te verlenen voor het doden van damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK). De ontheffing is verleend op grond van de Flora- en faunawet en het Besluit beheer en schadebestrijding dieren, met als doel de populatie damherten te reguleren vanwege schade aan flora en fauna en verkeersveiligheidsrisico's.
Verzoeker, Stichting De Faunabescherming, betwist dat de omvang van de damhertenpopulatie schade veroorzaakt aan flora en fauna en stelt dat veranderingen in het ecosysteem een normale ontwikkeling zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat de beoordeling van de deskundigenrapporten en de vraag of de ontheffing terecht is verleend thuishoort in de bodemprocedure. De voorlopige voorzieningsprocedure is niet geschikt voor een uitgebreid debat over deze rapporten.
De rechter acht het aannemelijk dat de ontheffing in stand kan blijven, mede omdat er jaarlijks circa 50 aanrijdingen met damherten plaatsvinden, wat de verkeersveiligheid in gevaar brengt. Verder is onderbouwd dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn dan afschot, en dat de uitvoering van het afschot met maatregelen zoals geluiddempers en jachtvrije periodes de impact op het gedrag van de damherten beperkt.
Gezien de spoedeisendheid en het belang van het voorkomen van verdere schade en risico's, en het feit dat de bodemprocedure in de zomer zal plaatsvinden, wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de ontheffing voor het doden van damherten wordt afgewezen.