ECLI:NL:RBNHO:2016:3650
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Herziening maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp op grond van Wmo 2015 wegens onvoldoende concretisering en omvang
Verzoekster, medisch beperkt door lichamelijke en psychische aandoeningen, ontving tot 1 april 2015 huishoudelijke hulp van bijna 7 uur per week. Na invoering van de Wmo 2015 kende verweerder haar een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding volwassenen in natura toe, zonder concrete urenindicatie. Verzoekster maakte bezwaar tegen de omvang en onvoldoende concretisering van de hulp.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit onvoldoende concreet is over de omvang van de huishoudelijke hulp en dat de ondersteuningsovereenkomst geen controleerbare uren vermeldt. Verzoekster heeft aannemelijk gemaakt dat 3 uur per week onvoldoende is om een schoon en leefbaar huis te realiseren, hetgeen door verweerder is erkend.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Zij kent verzoekster een maatwerkvoorziening toe van 7 uur huishoudelijke hulp per week voor de periode 1 april 2015 tot en met 30 maart 2020, aansluitend bij de situatie vóór 1 april 2015. Tevens veroordeelt zij verweerder in de kosten van verzoekster en wijst het verzoek om griffierechtsvrijstelling af.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verzoekster krijgt 7 uur huishoudelijke hulp per week toegekend voor de periode 2015-2020.