Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
nietin het bezit of eigenaar ben en/of rijd in een bus met een buitenlands kenteken.”
Rechtbank Noord-Holland
Eiser werd een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete opgelegd voor het tijdvak van 26 februari 2013 tot 25 februari 2014, omdat hij met een in het buitenland geregistreerde auto op de openbare weg werd aangetroffen. Eiser betwistte de aanslag en stelde dat hij de auto slechts incidenteel had geleend en niet als houder kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat eiser het wettelijk criterium van feitelijk ter beschikking hebben van het motorrijtuig had vervuld, ook zonder duurzame terbeschikkingstelling. De verklaringen van buren en getuigen waren onvoldoende om het tegenbewijs te leveren dat eiser niet houder was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank matigde de opgelegde boete ambtshalve van €1.676 naar €168 vanwege de financiële omstandigheden van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de boete verminderd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Naheffingsaanslag bevestigd, boete gematigd tot €168 en verweerder veroordeeld in proceskosten.