ECLI:NL:RBNHO:2016:5446
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Handhaving tegen serre wegens afwijking bouwvergunning en verbeurde dwangsom
Verzoeker had een uitbreiding van een serre gerealiseerd die afweek van de bouwvergunning uit 2001, met name doordat de serre breder was en geen scheidingswand met de woonkamer bevatte, waardoor het een verlengde van de woonkamer werd. De gemeente stelde handhaving in en eiste herstel conform vergunning.
Verzoeker voerde aan dat geen sprake was van overtreding en dat de serre vergunningvrij gebouwd kon worden. Ook stelde hij dat het ontbreken van een schriftelijk verslag van de hoorzitting in bezwaar hem benadeelde. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een schriftelijk verslag met artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd en dat de serre daadwerkelijk in strijd met de vergunning was gebouwd.
De rechtbank wees het beroep af, bevestigde de bevoegdheid tot handhaving en stelde vast dat er geen concreet zicht op legalisatie was. Tevens werd vastgesteld dat de gemeente een dwangsom van €260,- had verbeurd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen de serre bevestigd met een verbeurde dwangsom van €260,- wegens niet tijdig beslissen.