Uitspraak
200509835/1in rechte onaantastbaar.
200509835/1overwogen dat bij een vergunning op basis van de Ontgrondingenwet de aanvraag centraal staat.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel wijzigde bij besluit van 29 oktober 2009 een voorschrift in de ontgrondingenvergunning die eerder op 27 oktober 2005 aan vergunninghouder was verleend. Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid vanwege het ontbreken van een schriftelijk verslag van de hoorzitting, dat het college niet bevoegd was tot wijziging omdat er geen sprake was van overmacht, en dat het vertrouwensbeginsel en de rechtszekerheid waren geschonden. Ook stelde appellant dat percelen ten onrechte in de wijzigingsvergunning waren opgenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het ontbreken van een schriftelijk verslag niet tot schending van belangen had geleid en dat het college bevoegd was tot wijziging van het voorschrift op grond van de Ontgrondingenwet. De wijziging betrof slechts een beperkte verschuiving van de startdatum van werkzaamheden en niet de percelen zelf. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van het voorschrift van de ontgrondingenvergunning is ongegrond verklaard.