ECLI:NL:RBNHO:2016:5846
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. de Lange
- Rechtspraak.nl
Intrekking persoonsgebonden budget wegens detentie en voorrang zorgregeling
Eiser ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) voor individuele begeleiding. Dit pgb is per 19 juni 2014 ingetrokken vanwege de detentie van eiser. Eiser betoogde dat de begeleiding tijdens detentie voortduurde en dat het pgb niet had moeten worden stopgezet.
Verweerder stelde dat gedurende detentie de zorg onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie valt, zoals geregeld in de Penitentiaire beginselenwet (PBW). De AWBZ-zorg vervalt wanneer een andere wettelijke regeling voorziet in dezelfde zorg, waardoor het pgb terecht werd ingetrokken. Tevens oordeelde de rechtbank dat eiser als meerderjarige zelf verantwoordelijk is voor het beheer van het pgb, en het verzoek tot beëindiging door de gemachtigde niet bindend was.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking van het pgb terecht was, omdat eiser vanaf het moment van detentie recht had op sociale verzorging en hulpverlening op grond van de PBW, die voorrang heeft boven AWBZ-zorg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het persoonsgebonden budget wegens detentie wordt ongegrond verklaard.