ECLI:NL:RBNHO:2016:6001
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Schenkeveld
- A. Stefels
- C. Goedèl
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met partnerbijdrage en verdeling gemeenschap van goederen
Partijen zijn gehuwd en hebben samen een vennootschap onder firma (VOF) gedreven. De man verzoekt echtscheiding wegens duurzame ontwrichting, wat door de vrouw niet wordt betwist. De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en kent de vrouw het recht toe om de echtelijke woning zes maanden na inschrijving van de beschikking te blijven gebruiken.
De vrouw vraagt een partnerbijdrage van €5.000 per maand vanwege het verlies van haar inkomstenbron en arbeidsongeschiktheid. De man betwist haar behoeftigheid. De rechtbank stelt vast dat de vrouw arbeidsongeschikt is en geen arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft, waardoor zij behoefte heeft aan een partnerbijdrage. De behoefte wordt berekend op circa €2.812 netto per maand, wat neerkomt op een bruto bedrag van €5.108. De rechtbank bepaalt een partnerbijdrage van €3.312 per maand, te betalen door de man vanaf de verkoop en levering van de woning.
De verdeling van de gemeenschap van goederen omvat de VOF, woning, verzekeringen, bankrekeningen, voertuigen, vorderingen, stacaravan, waterscooter, speedboot, dieren en inboedel. De onderneming wordt aan de man toegedeeld met een vergoeding aan de vrouw. De woning wordt verkocht en de overwaarde gedeeld. Diverse verzekeringen en bankrekeningen worden verdeeld, en afspraken worden gemaakt over de verdeling van overige goederen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden na uitspraak worden aangevochten door hoger beroep. De rechtbank wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, vrouw krijgt voortgezet gebruik woning en partnerbijdrage van €3.312 per maand na verkoop woning, en gemeenschap van goederen wordt verdeeld.