De werknemer trad in juni 2012 in dienst bij SPS Cryogenics B.V. als Algemeen Medewerker. Gedurende de dienstbetrekking heeft de werknemer zich herhaaldelijk schuldig gemaakt aan wangedrag, waaronder te laat komen, ongeoorloofd verzuim, het niet tijdig ziekmelden, respectloos gedrag, en het verschijnen onder invloed van alcohol op de werkvloer. SPS heeft de werknemer meerdere officiële waarschuwingen gegeven en hem meerdere kansen geboden om zijn gedrag te verbeteren.
Ondanks deze waarschuwingen en een laatste kans tijdens een gesprek in december 2015, bleef de werknemer zich niet aan de bedrijfsregels houden. Uiteindelijk werd hij op 29 februari 2016 op staande voet ontslagen wegens wederom te laat komen. De werknemer maakte bezwaar tegen het ontslag en betwistte de verwijten, stellende dat het ontslag een kostenbesparing betrof en dat het arbeidsverloop binnen SPS groot was.
De kantonrechter overweegt dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld en dat SPS voldoende heeft onderbouwd dat ontbinding op grond van verwijtbaar handelen gerechtvaardigd is. Herplaatsing wordt gelet op de omstandigheden niet in redelijkheid verwacht. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden met ingang van 1 juni 2016 en wordt de werknemer veroordeeld tot betaling van proceskosten.