Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] d.d. 12 februari 2014 (dossierpagina 23, 24);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever 2]
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige] d.d. 16 januari 2014 (dossierpagina 118);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 april 2016, waarin opgenomen de verklaring van de vader van verdachte (dossierpagina 228);
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
- het verrichten van 30 uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 15 dagen hechtenis;
- het betalen van een geldboete van € 900,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 18 dagen hechtenis;
- Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] vordert de officier van justitie dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.