ECLI:NL:RBNHO:2017:10091
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bestuurder thuiszorgorganisatie in zaak hulpeloze toestand cliënt en dood door schuld
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen de bestuurder van een thuiszorgorganisatie die werd verdacht van het opzettelijk in hulpeloze toestand laten van een cliënt en dood door schuld. De tenlastelegging betrof onder meer het nalaten van een verantwoord beheer van personenalarmeringen, onvoldoende begeleiding van personeel en tekortschietende zorg, wat zou hebben geleid tot het overlijden van de cliënt.
De feiten betroffen een alarmmelding van de cliënt die niet adequaat werd opgevolgd, resulterend in haar overlijden aan cardiale uitputting en hypothermie. De officier van justitie stelde dat de bestuurder tekort was geschoten in haar zorgplicht en bedrijfsvoering, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan bewijs van opzet, schuld en causaliteit.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de bedrijfsvoering gebrekkig was, niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat het overlijden van de cliënt rechtstreeks aan het handelen van de bestuurder kon worden toegerekend. Er was sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en fouten in de keten van communicatie. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van beide tenlasteleggingen.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van bewezenverklaring. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 30 november 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van causaal verband tussen haar handelen en het overlijden van de cliënt.