Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
en
[verzoeker sub 2]wonende te [woonplaats]
[verzoeker sub 3]wonende te [woonplaats]
verzoekers
[belanghebbenden]
[datum] 2016. Laatst gewoond hebbende te [woonplaats] . Hierna ook te noemen: erflater.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers, erfgenamen van een overleden persoon die niet bij testament heeft beschikt, hebben de nalatenschap zuiver aanvaard. Zij verzochten de kantonrechter om alsnog machtiging te verkrijgen om beneficiair te aanvaarden op grond van artikel 4:194a lid 1 BW, omdat zij pas na zuivere aanvaarding ontdekten dat er schulden waren.
De kantonrechter oordeelde dat de erfgenamen de schulden behoorden te kennen, omdat zij geen nader onderzoek hebben gedaan naar de financiële situatie van de erflater, ondanks dat er geen duidelijke administratie aanwezig was en de staat van de woning aanleiding gaf tot nader onderzoek. De verplichting tot afwikkeling van de nalatenschap brengt mee dat erfgenamen redelijkerwijs de schulden moeten kennen.
Daarom werd het verzoek afgewezen. De kantonrechter stelde vast dat de erfgenamen niet te goeder trouw waren omdat zij nalieten de noodzakelijke stappen te ondernemen om de schulden te achterhalen voordat zij de nalatenschap zuiver aanvaardden.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voor beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap wordt afgewezen omdat de erfgenamen de schulden behoorden te kennen.