Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
14 juli 2016 en tijdens haar verhoor bij de rechter-commissaris op 19 december 2016. Voorts heeft de rechtbank aangeefster ter zitting van 7 december 2017 gehoord. De rechtbank constateert dat de verklaringen van aangeefster op onderdelen onlogisch en niet consistent zijn. De rechtbank heeft ter zitting waargenomen dat aangeefster moeite heeft gebeurtenissen gestructureerd na te vertellen. Dit brengt echter niet mee dat reeds daardoor van de onbetrouwbaarheid van deze verklaringen moet worden uitgegaan en deze daarom moeten worden uitgesloten van het bewijs. Het feit dat aangeefster op onderdelen wisselend verklaart, betekent in zoverre dat sprake is van risico’s voor wat betreft de betrouwbaarheid van die verklaringen. De rechtbank zal daarom behoedzaamheid betrachten bij de beoordeling van de waarheidsgetrouwheid van de verklaringen van aangeefster.
23 augustus 2016, en aanvankelijk ook tijdens haar verhoor bij de rechter-commissaris op
26 augustus 2016 het tenlastegelegde (grotendeels) ontkend. Bij gelegenheid van genoemd verhoor bij de rechter-commissaris is zij echter op enig moment op haar verklaring teruggekomen en heeft zij het tenlastegelegde (deels) bekend en een voor verdachte belastende verklaring afgelegd. Ter gelegenheid van de pro forma behandeling van de zaak van verdachte heeft [medeverdachte] een brief opgesteld waarin zij laat weten dat hetgeen zij bij de rechter-commissaris heeft verklaard, niet juist is.
[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededader met dat opzet,
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Beslag
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
achttien [18] maanden.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [verbalisant] d.d. 22 mei 2017 (los opgenomen)