Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
nietaangegeven op enige suppletie aangifte. [26]
(de rechtbank begrijpt: inkomen uit aanmerkelijk belang)zag staan. Deze aangifte is opgesteld en ingediend door [verdachte] B.V. Over de in 2010 vervallen winstreserves verklaart [getuige 2] dat dit kan betekenen dat er vermogen aan de besloten vennootschap is onttrokken en dat dit als een winstuitdeling aan de heer [persoon 1] kan worden aangemerkt. Hoe en wanneer de winstreserves van de besloten vennootschap worden uitgekeerd, is niet van belang, deze dient te allen tijde aangegeven te worden in de aangifte inkomstenbelasting box 2 van, in dit geval, de heer [persoon 1] . . [42]
inningvan de inkomsten- en vennootschapsbelastingschulden tot en met het jaar 2005. In dat verband acht de rechtbank tevens redengevend dat die afspraken met de fiscus op generlei wijze zagen op de
heffingvan latere belastingschulden. Verder wordt in de afwijzingsbrieven niet gesproken over de rekening-courantschuld tussen aandeelhouder [persoon 1] en [bedrijf 2] B.V. Bovendien is gebleken dat [bedrijf 2] B.V. pas op 4 oktober 2011 is ontbonden en uitgeschreven uit het handelsregister.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
€ 25.000 (zegge: vijfentwintigduizend euro).