Verzoekster heeft op 21 september 2016 een aanvraag ingediend voor een drank- en horecavergunning voor haar horecabedrijf. De burgemeester van Haarlem heeft deze vergunning geweigerd op grond van artikel 27, eerste lid, onder a, van de Drank- en horecawet (DHW), omdat de leidinggevende, [naam], niet voldoet aan de eis van goed levensgedrag zoals gesteld in artikel 8, eerste lid, onder b, DHW.
De weigering is gebaseerd op antecedenten van de leidinggevende, waaronder een onherroepelijke veroordeling in Nederland voor een snelheidsovertreding met een geldboete en ontzegging rijbevoegdheid, en een Duitse veroordeling voor drugssmokkel en andere strafrechtelijke maatregelen. Verzoekster betoogt dat het drugsdelict een eenmalige fout was en dat de leidinggevende sindsdien geen strafbare feiten heeft gepleegd.
De voorzieningenrechter overweegt dat de eis van goed levensgedrag strikt is vanwege de bijzondere verantwoordelijkheid van leidinggevenden in de horeca. Gezien de aard en ernst van het drugsdelict en de korte tijd sindsdien, is het standpunt van verweerder dat de leidinggevende niet aan deze eis voldoet, redelijk. Daarom is de weigering van de vergunning terecht en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.