Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
- [kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en inmiddels meerderjarig,
- [kind] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
Rechtbank Noord-Holland
De vrouw verzocht de rechtbank om een partnerbijdrage van €4.000 bruto per maand van de man, terwijl de man een tegenverzoek deed voor een kinderbijdrage van €381 per maand. Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en hebben twee kinderen, waarvan één minderjarig die bij de man woont.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw een inkomen had uit loondienst en een onderneming, terwijl de man directeur-grootaandeelhouder is van meerdere B.V.'s met een DGA-salaris van €56.116 bruto per jaar. De man gaf echter onvoldoende en onvolledig inzicht in zijn financiële positie, waaronder het niet overleggen van jaarstukken en onduidelijkheid over dividenduitkeringen en management fees.
Op grond van artikel 21 Rv Pro kan de rechtbank een gevolgtrekking maken bij het niet nakomen van de verplichting tot volledige en waarheidsgetrouwe informatie. De rechtbank oordeelde dat de man ernstig tekort was geschoten in zijn informatieplicht, waardoor het verzoek van de vrouw werd toegewezen en het verzoek van de man werd afgewezen.
De rechtbank benadrukte het belang van wederzijdse inzage in financiële stukken voor een goede regeling en gaf aan dat partijen alsnog in overleg kunnen treden over de kosten van levensonderhoud tijdens de echtscheidingsprocedure.
De beschikking werd uitgesproken door rechter F. Kleefmann op 6 april 2017 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: De man moet een partnerbijdrage van €4.000 bruto per maand aan de vrouw betalen wegens onvoldoende financiële inzage.