Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
ontoerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, biedt de inhoud van het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende grondslag voor deze vaststelling. De mate van doorwerking van verdachtes pathologie alsmede de conclusie aangaande de toerekeningsvatbaarheid op grond hiervan, zullen hierna in de rubriek ‘motivering van de sanctie’ worden besproken.
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
schade. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten tot een bedrag van
€ 9.386,97rechtstreeks voortvloeien uit het bewezen verklaarde feit. De kosten zijn goed onderbouwd en redelijk en zullen, nu deze niet zijn betwist, worden toegewezen.
€ 556,88, zijn niet weersproken. Aangezien deze kosten deel uitmaken van de
proceskostenzullen zijn ook als zodanig worden toegewezen.
proceskosten. Deze grondslag van de vordering is door de verdediging niet betwist. Deze kosten, in totaal een bedrag van
€ 734,49, zullen dan ook worden toegewezen.
proceskostenvoor vergoeding in aanmerking. Hoewel de vordering van de benadeelde partij bij een pro forma-zitting niet inhoudelijk wordt behandeld en aanwezigheid van de benadeelde partij om die reden niet noodzakelijk is, acht de rechtbank het alleszins redelijk dat de benadeelde partij bij de eerste pro forma-zitting van het onderzoek naar de dood van haar dochter aanwezig heeft willen zijn en zal zij deze kosten à
€ 444,74toewijzen.
€ 14.386,97worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 1.736,11.
€ 14.386,97,bestaande uit materiële schade en shockschade, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 25 mei 2016.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
8 (acht) jaren.
[benadeelde partij]geleden schade tot een bedrag van
€ 14.386,97 (viertienduizend driehonderdzesentachtig euro en zevenennegentig cent), bestaande uit € 9.386,97 aan materiële en € 5.000,- aan immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 1.736,11 (zeventienhonderdzesendertig euro en elf cent), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
€ 14.386,97 (viertienduizend driehonderdzesentachtig euro en zevenennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
106 (honderdzes) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.