ECLI:NL:RBNHO:2017:3640
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.A.M. van Brussel
- S.M. Auwerda
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen medeterugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Verweerder heeft de bijstand aan [naam 1] beëindigd en ingetrokken wegens het verzwegen van een gezamenlijke huishouding met eiser, en heeft mede van eiser de kosten van bijstand teruggevorderd over de periode van 11 april 2007 tot 31 januari 2016. Na bezwaar heeft verweerder de terugvordering beperkt tot de periode van 1 januari 2015 tot 1 februari 2016 en het bedrag verlaagd.
Eiser voerde in beroep aan dat hij niet verwijtbaar had gehandeld en dat de brutering van de terugvordering onterecht was. Ook stelde hij dat de dagwaarde van in beslag genomen kristallen beeldjes in mindering gebracht moest worden op het terug te vorderen bedrag. De rechtbank oordeelde dat verwijtbaarheid niet relevant is voor de brutering bij medeterugvordering en dat de dagwaarde van de kristallen geen invloed heeft op de hoogte van het terugvorderingsbedrag, maar alleen op de invordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de medeterugvordering van bijstandskosten wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.