Eiseres ontving bijstand als alleenstaande ouder en kreeg een boete opgelegd wegens het niet melden van ontvangen belastingteruggaven over 2013 en 2014. Verweerder stelde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden, ondanks waarschuwing eerder over een soortgelijke situatie.
Eiseres voerde aan dat zij mocht aannemen dat verweerder al op de hoogte was van de teruggaaf en dat standaardprocedures dit zouden corrigeren. De rechtbank oordeelde dat het niet melden van de teruggaaf weliswaar een schending van de inlichtingenplicht is, maar dat het benadelingsbedrag voor de teruggaaf over 2013 niet terecht als basis voor de boete kon dienen omdat het om achteraf verkregen middelen ging.
Voor de teruggaaf over 2014 werd wel een benadelingsbedrag vastgesteld. De rechtbank matigde de boete echter tot 25% van het bedrag vanwege de ernstige ziekte van eiseres, die haar verwijtbaarheid verminderde. De boete werd vastgesteld op €140,- en het primaire besluit werd herroepen. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.