ECLI:NL:RBNHO:2020:4949
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsuitkering
Eiseres ontvangt sinds september 2016 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder heeft haar bijstandsuitkering ingetrokken en een terugvordering opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht over de periode maart 2017 tot en met augustus 2018. Na bezwaar is de terugvordering gematigd en herzien naar een lager bedrag over een kortere periode.
Verweerder heeft vervolgens een boete van € 890 opgelegd, gebaseerd op het netto benadelingsbedrag van € 1.793,09, dat zij ten onrechte heeft ontvangen door het niet nakomen van haar verplichtingen. Eiseres betwist de hoogte van de boete en stelt dat deze gebaseerd had moeten worden op het lagere bedrag van € 695,36.
De rechtbank oordeelt dat het benadelingsbedrag het bedrag betreft dat ten onrechte is ontvangen over de periode waarin de inlichtingenplicht is geschonden, ongeacht latere verrekeningen of herbeoordelingen. Omdat eiseres de inlichtingenplicht heeft geschonden en sprake is van normale verwijtbaarheid, is de boete terecht vastgesteld op 50% van het netto benadelingsbedrag. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van € 890,- wegens schending van de inlichtingenplicht.