Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker was sinds augustus 2015 tijdelijk aangesteld als teamleider binnen een onderwijsinstelling. Na een verlenging van zijn tijdelijke aanstelling in juli 2016 ontstonden binnen zijn team organisatorische problemen en onvrede, wat leidde tot ziekmeldingen. Verweerder voerde een onderzoek uit en constateerde tekortkomingen in het functioneren van verzoeker, onder meer op het gebied van communicatie, leiderschap en naleving van interne regels.
Verweerder besloot het dienstverband tussentijds te beëindigen per 1 januari 2017 wegens ongeschiktheid voor de functie, subsidiair wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat hij binnen zijn mandaat handelde en dat er verbetering was opgetreden. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat verzoeker tekortschiet in zijn functioneren en dat hij voldoende kansen had gekregen zich te verbeteren.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker onvoldoende oog had voor de regels en processen binnen de organisatie, onder meer door het eenzijdig laten uitbetalen van overuren en het toekennen van een toelage in strijd met het beloningsbeleid. Ook werd gewezen op het gebrek aan zelfreflectie en het verschuilen achter anderen bij kritiek. Gezien de geboden begeleiding en communicatie was het besluit tot tussentijdse beëindiging redelijk en proportioneel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter Steinhauser op 14 juni 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de tussentijdse beëindiging van de tijdelijke aanstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.